osagie's art (kunst)

osagie edomwandagbon

FREEDOM OF IMAGINATION


"A painting is not a construction of colors and lines, but an animal, a night, a scream, a man, or that all together."

I think of this statement by the Dutch when I cobraïst Constant paintings and drawings of the Nigerian Osagie Edomwandagbon first see. That same kind of energy talks as the "Cry Freedom," Karel Appel of the painting that is considered exemplary for the COBRA movement, the movement which is active from the last century in the fifties. An almost childlike enthusiasm to start something new and let the oppression of the past behind you.

Osagie (his last name is often omitted or shortened to Edo) was born in 1966 in Nigeria, in the year two military coups disrupt the country. At the School of Art and Design in Auchi he is studying graphics. There emerges his commitment. He is going to take part in protests against the former regime (in 1984 and 1985 have been re-violent seizure of power). That puts himself in a risky position. Many students are arrested and "disappeared". Osagie decides to flee his homeland. He comes up in 1988 in Rotterdam. Not by choice, but by chance. In the beginning he is staying with some "colleagues" in the Cross Church there, the depressing fate of many asylum seekers at the time. After staying at a refugee center in Goes, he moved to Workum, then to Groningen and eventually ends up in Enschede, the city where he can work in relative peace to his career as an artist.

With such a charged past the one hand understandable that he still attracts the fate of many Africans - in the celebrations surrounding the fiftieth anniversary of the independence of Congo, for instance, he touches on his blog - on the other hand, it is logical that he be in work trying to liberate. Sometimes his imagery while close to that of Karel Appel and his Belgian and Danish friends - the cheerful, contrasting colors, distorted figuration, the love of the materiality of paint - sometimes he seems to derive content to COBRA: for example, frequently depict of animals (especially birds) and fantasy creatures.

However, I would do Osagie deficit would dismiss him as a follower of. His African roots make him namely a natural storyteller who indulges in his innate fantasies, which shows itself true to its cultural and mythical heritage that many African artists provides an inexhaustible source of inspiration and which draw the folk a little know to the present. Moreover, he has limited less by a concept and a visual language that adheres to certain rules. He is often loose and appropriates a larger playing field than to his illustrious predecessors. In "I can fly 'from 2010, for example, he shows himself a humorous translator of traditional symbols not only the bird symbolizes freedom, but also the mobile. In "The spirit of the past 'that same year he also puts the present to the past, which he praises my idea implied the achievements of his own time. From "What about you '(2010) expresses his love for unbridled detail in every color of the rainbow non-Western. He forces the viewer into an intensive viewing process, because otherwise eluded him too many elements and aspects. In comparison, the language of name for the average cobraïst almost elementary.

This presentation of over twenty works is his first in Amsterdam. The quality of his work, it is that it will not be the last.


Rob Perrée

Amsterdam, April 2011.


DE VERBEELDING VAN DE VRIJHEID

 

“Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles samen.”

Ik moet aan deze uitspraak van de Nederlandse cobraïst Constant denken als ik de schilderijen en tekeningen van de Nigeriaan Osagie Edomwandagbon voor het eerst zie. Daar spreekt eenzelfde soort energie uit als uit de ‘Vrijheidsschreeuw’, het schilderij van Karel Appel dat als exemplarisch wordt beschouwd voor de COBRA beweging, de beweging die in de jaren vijftig van de vorige eeuw actief is. Een haast kinderlijk enthousiasme om aan iets nieuws te beginnen en de beklemming van het verleden achter je te laten.

Osagie (zijn achternaam wordt vaak weggelaten of verkort tot Edo) is in 1966 in Nigeria geboren, in het jaar waarin er twee militaire coups het land ontregelen. Op de School of Art and Design In Auchi studeert hij grafiek. Daar ontpopt zich zijn engagement. Hij gaat er deelnemen aan protesten tegen het toenmalige regiem (in 1984 en 1985 zijn er opnieuw gewelddadige machtsovernames). Daarmee brengt hij zichzelf in een risicovolle positie. Vele studenten worden opgepakt en ‘verdwijnen’. Osagie besluit zijn vaderland te ontvluchten. Hij komt in 1988 in Rotterdam terecht. Niet uit vrije keuze, maar bij toeval. In het begin verblijft hij met een aantal ‘collega’s’ in de Kruiskerk daar, het deprimerende lot van veel asielzoekers in die tijd. Na een verblijf in een asielzoekerscentrum in Goes, verhuist hij naar Workum, dan naar Groningen en uiteindelijk belandt hij in Enschede, de stad waarin hij in relatieve rust aan zijn carrière als kunstenaar kan werken.

Met een dergelijk beladen verleden is het enerzijds begrijpelijk dat hij zich nog steeds het lot van veel Afrikanen aantrekt – bij de vieringen rondom de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Kongo bijvoorbeeld roert hij zich op zijn blog - anderzijds is het logisch dat hij zich in zijn werk probeert te bevrijden. Soms komt zijn beeldtaal daarbij dicht bij die van Karel Appel en zijn Belgische en Deense vrienden – de vrolijke, contrasterende kleuren, de vertekende figuratie, de liefde voor de materialiteit van verf – soms lijkt hij ook inhoudelijk aan COBRA te ontlenen: bijvoorbeeld het veelvuldig verbeelden van dieren (vooral vogels) en van fantasiewezens.

Toch zou ik Osagie tekort doen als ik hem zou afdoen als een navolger van. Zijn Afrikaanse roots maken hem namelijk een natuurlijke verteller die zich uitleeft in zijn aangeboren fantasieën, die zich trouw toont aan het culturele en mythische erfgoed dat veel Afrikaanse kunstenaars een schier onuitputtelijke inspiratiebron verschaft en die de volkskunst een stukje naar het heden weet te trekken. Bovendien laat hij zich minder beperken door een concept en door een beeldtaal die zich aan bepaalde regels houdt. Hij gaat vaker los en eigent zich een groter speelveld toe dan zijn illustere voorgangers. In ‘I can fly’ uit 2010 bijvoorbeeld toont hij zich een humoristische vertaler van traditionele symbolen: niet alleen de vogel symboliseert de vrijheid, maar ook het mobieltje. In ‘De geest van het verleden’ uit datzelfde jaar zet hij eveneens het heden tegenover het verleden, waarmee hij naar mijn idee impliciet de verworvenheden van zijn eigen tijd prijst. Uit ‘What about you’ (2010) spreekt zijn voorliefde voor ongebreidelde details in alle kleuren van de niet-westerse regenboog. Hij dwingt de kijker in een intensief kijkproces, omdat hem anders teveel elementen en aspecten ontgaan. Daarbij vergeleken is de beeldtaal van de doorsnee cobraïst haast elementair te noemen.

Deze presentatie van ruim twintig werken is zijn eerste in Amsterdam. De kwaliteit van zijn werk verdient het dat het niet de laatste zal zijn.

 

Rob Perrée

Amsterdam, april 2011.        

            


 

ENSCHEDE - Dit hele weekend is in Galerie Objektief nog de 'tchukudu' van de Enschedese kunstenaar Osagie Edo te zien. Een tchukudu is een vrachtfiets die veel gebruikt wordt in Congo voor bijvoorbeeld het vervoeren van zakken met rijst. Edo versierde de houten vrachtfiets uit Congo tot een waar kunstwerk.

Na dit weekend zal de fiets naar Antwerpen gaan, waar hij te bewonderen is op een tentoonstelling met 33 andere tchukudu's. Galerie Objektief zit aan de Walstraat 33. Osagie Edo zal zowel zaterdag als zondag aanwezig zijn tussen 12.00 en 16.00 uur.